De Redders

ROLVERDELING:
Ahasverus - Ad Vermeulen
Billy de Kid - Tom van den Heykant
Brunhilde - Mirella Lem
Cassandra - Jeanne Verhoef
Don Juan - Rufus Oliemans
Don Quichotte - Ad Vermeulen
Endymion - Lia de Reijer
Hamlet - Hans Bijvoet
Jezus - Erik Willemsen
Lorelei - Patries van der Molen
Orpheus - Ad Heijblok
Parsifal -- Toon de Zwart
Shirley Temple - Nicole van Linschoten
Regie en Toneelbeeld - Ireen v. Bel v.d. Veer
Regie-assistente - Lia de Reijer
Uitvoering decor - Gerard Verhoef
Kleding - Pauline Verhoef
Licht en geluid - Joost Borsten
Affiche en Programma - Toon de Zwart
Grime - Thea van Tilburg
Met speciale dank aan Mirella Lem, Anja v.d. Heijden, Colette Fraiture, Joost Borsten, Globe

Korte inhoud:

Komrij leidt dit toneelstuk in met het volgende motto: "Wat is, in de tweede helft van de twintigste eeuw, onze cultuur anders dan een verzameling fragmenten, losse flarden die uit alle macht een schijn van samenhang proberen op te houden?" De "losse flarden" geeft hij vorm door dertien beroemdheden, uit de historie en de literatuur, opnieuw tot leven te wekken, zoals: Orpheus, Brünhilde, Jezus, Lorelei, Billy the Kid etc.
De figuren zijn zo uitvoerig ontleed en door dichters zo vaak bezongen, dat ze ontdaan lijken van hun essentie. Wat ze ons werkelijk te zeggen hebben, lijkt vergeten. Daarom maakt Komrij zijn helden grotesk en belachelijk. De ridders zijn leeghoofdige snoevers geworden, de Amerikaanse sterren vertegenwoordigen onze bewondering voor glamour en revolverhelden. Jezus als christelijke verlosser is dodelijk vermoeid geraakt
van wat de volgelingen van zijn leer gemaakt hebben: enkel buitenkant. Hij komt lijnrecht tegenover Orpheus te staan. Orpheus kent de directe werking van kunst, die de strijd in de mensen zelf kan beëinigen. Hij weet hoe moeilijk mensen het vinden hun hart te laten raken en die impuls te volgen. De schijn van samenhang bestaat uit een gemeenschappelijk motief: het zoeken naar de graal, die door één van de aanwezigen gestolen is.
Het zoeken wordt een farce, want iedereen jaagt zijn eigenbelang na, in plaats van de graal te zoeken. Ieder voor zich verwacht de oplossing
van een ander en alles eindigt in een chaos. Met deze chaos toont Komrij, met de van hem bekende humor, hoe wij de redding vermijden!